Column Petra

Tekst: Petra van Weerden 

Ik schrijf een column over genezing terwijl ik de afgelopen paar dagen het uitgeschreeuwd heb naar God of hij mijn schoonzusje wil genezen.  Mijn broer en schoonzusje hebben drie weken geleden een baby gekregen, alles volgens het boekje, zo gelukkig samen en nu dit. Zit er wat in haar hersenen of is het toch wat anders? In ieder geval reageert ze nauwelijks meer op prikkels. Afschuwelijk om mijn broer huilend aan de telefoon te hebben, dan huil ik ook. Zo veel momenten van de dag dwalen mijn gedachten af en moet ik aan ze denken. Soms lijkt het of mijn keel dan samengeknepen wordt; loopt dit wel goed af? ’s Nacht wordt ik vaak even wakker vanwege mijn eigen zwangerschap ongemakken en dan kan ik alleen maar voor ze bidden, wanhopig bidden. Ik heb de neiging om steeds even iemand van de familie te bellen, te vragen hoe het gaat. Langs gaan kan niet, dat is nu teveel voor ze. Had ik maar de zekerheid dat het weer goed kwam en dat we er achteraf allemaal luchtig over kunnen praten als we weer bij elkaar zijn als familie. De enige zekerheid die ik heb is dat Jezus mijn gebeden serieus neemt. Ik heb niet de zekerheid dat Hij doet wat ik wil. Ik heb wel de zekerheid dat Jezus aan de slag gaat met de gebeden die ik opzend. Soms betrap ik mij erop dat mijn vertrouwen op God stellen gekoppeld lijkt aan zekerheid willen hebben op een goede afloop. Een goede afloop zoals ik die voor ogen heb. Stel nu dat God niet doet wat ik wil en zoals ik het steeds vraag. Maar heb ik dan mijn hoop gesteld op God of op de vooraf door mij bepaalde afloop? Wist ik het maar.

Lees hier de hele column